![]() |
De geschiedenis van het wokken.
Een wok (in Indonesië wadjan of wadjang) is een ronde pan (enigszins op een koekenpan gelijkend) die in de oosterse keuken wordt gebruikt.
De Chinese wok is afkomstig uit de Chinese keuken en is een bolvormige pan (vergelijkbaar met een gehalveerde bal) met een lange houten steel. De wadjan is afkomstig uit de Indonesische en Indische keuken en is eveneens een bolvormige pan, maar i.p.v. de houten steel is deze vervaardigd met 2 handvatten (ook oren genoemd).
De wok is dunner en dieper dan een koekenpan en wordt voornamelijk gebruikt voor het roerbakken. Met olie gevuld wordt de wok ook gebruikt om in te frituren.
Roerbakken wordt daarom ook wel wokken genoemd.
Roerbakken is het bakken van vlees en groenten in een wok, in sterk verhitte olie en op een hoog vuur. Hierbij wordt het gerecht continu omgeroerd (oorspronkelijk door de wok te schudden). De ingrediënten worden eerst kleingesneden en eventueel in kokend heet water geblancheerd, voordat ze in de wok gaan.
Aangezien de wok werkt met een zeer hoge temperatuur moet de gebruikte olie een voldoende hoog walmpunt hebben. Traditionele slaolie is daardoor niet bruikbaar, olijfolie, arachideolie of zonnebloemolie hebben een hoog genoeg walmpunt. Het is ook mogelijk om speciale wokolie te gebruiken. Wanneer je gaat wokken moet je ervoor zorgen dat je niet al te grote hoeveelheden tegelijk gaat wokken. Het is beter om in kleine portie te wokken, zo ontstaat er minder kookvocht in de pan en blijft je groente knapperig. Ook wordt je groente sneller klaar. Om je wokgerechten een smaakje te geven kun je verschillende kant en klare woksauzen gebruiken. Let wel op dat je dit er pas op het laatste moment in de wok giet, want er zit meestal suiker in die dan kan gaan aanbranden als je het te lang op hoog vuur wokt. Ook kun je gewoon een zoete of zoute soja saus op het laatste moment in de wok bij je groenten doen.
Roerbakken komt van oorsprong uit Azië, maar is tegenwoordig heel populair in Europa.